TECHNISCH REGLEMENT BERENTOCHT
Artikel 1: Roeisloep
1. Een door spierkracht en middels riemen voortbewogen open vaartuig voor het vervoer van personen, voorzien van dollen/scheegaten, riemen, vaste doften, roer met helmstok / touw of stuurriem.
2. Als roeisloepen worden beschouwd voor de vaart ter zee gebruikte sloepen zoals reddingssloepen, barkassen, jollen, whalers, (authentiek of replica’s). Andere typen naar het oordeel van het bestuur.
3. Sloepen kunnen vervaardigd zijn uit kunststof, metaal of hout.
4. Een zes-riems sloep heeft een lengte van minimaal 4,50 meter en een acht of meer riems sloep heeft een lengte van minstens 6,00 meter.
5. Pilot Gigs vormen een aparte klasse en vallen onder internationale voorschriften.
Artikel 2: Inrichting van de sloep
1. De sloep is ingericht voor een even aantal roeiers ten behoeve van boordroeien. Hierbij hanteert iedere roeier een riem, en een doft (roeibank) wordt bezet door een bakboord- en stuurboordroeier. Voor tien- of meerriems sloepen mag de voorste en achterste doft plaats bieden aan één roeier.
2. De dolpotten dienen zich in het vaste boord te bevinden. Het gebruik van uithouders voor boeg- en slagroeiers is toegestaan. De afstand van de uithouder-dolpotten tot het vlak van kiel en stevens mag niet groter zijn dan de afstand van de midscheepse vaste dolpotten tot dat vlak.
3. De sloep is voorzien van vaste roeidoften.
4. Het roer mag langs een verticale stang bewegen met een bovenste aanslag en een onderste aanslag. Dit om de veiligheid te garanderen op het water.
Artikel 3: Dollen
1. Een dol dient te zijn uitgevoerd als een pen met open gaffel/tulpvormig uiteinde waarbij de riem zich in alle richtingen vrij kan bewegen. Een riem mag op geen enkele wijze in de dol zijn opgesloten of bevestigd of voorzieningen hebben waarmee snel een bevestiging kan worden gemaakt. Om slijtage van de riem te voorkomen mag de dol bekleed zijn: deze bekleding mag het vrij bewegen van de riem in de dol niet belemmeren.
2. Om de riem te beschermen tegen schavieling in de dollen/scheegaten mag de riem bekleed worden met een gladde cilindervormige beschermingslaag. De vrije beweging van de riem mag op geen enkele manier worden belemmerd. De losse uiteinden van de rijgveters dienen te worden weggewerkt (klussentape, krimpkous) waarbij geen “kraagvorming” mag optreden.
Artikel 4: Riemen
1. Een riem dient uitsluitend uit hout te zijn vervaardigd, waarbij de steel massief en rond dient te zijn en de bladen recht en aan beide zijden bol.
2. Een riem mag niet worden verzwaard (b.v. lood in de steel) om een betere balans te krijgen.
Artikel 5: Uitrusting
1. Tot de verplichte minimale uitrusting tijdens een Berentocht wedstrijd behoren:
a. dollen met bijbehorende riemen voor elke dolpot;
b. 2 hoosvaten / emmers;
c. een deugdelijke voor- en achterlijn (mede in verband met het slepen van een sloep in noodgevallen); waarvan minstens één (sleep)lijn met een lengte van minimaal 10 meter lang en minimaal 12 mm dik.
d. ten minste 2 voor de sloep geschikte fenders/stootwillen ter voorkoming van beschadiging aan de eigen of andere sloep(en).
e. Voor het bevestigen van het startnummer dient voor op de sloep een houder gemonteerd te zijn. Deze houder moet dusdanig zijn gemonteerd dat het startnummer te allen tijde waarneembaar is vanuit een standpunt haaks op de sloep. De houder (100 mm lang en inwendig 16 mm vierkant) moet goed gemonteerd worden, vertikaal, bovenkant gelijk of hoger dan de voorsteven en onderkant dicht met eventueel een water loop gaatje.
f. Voldoende reddingsmiddelen voor alle opvarenden, waaronder ten minste één reddingsvest per opvarende.
 2. Tot de aanbevolen uitrusting behoren:
a. reserve dol(len) en riem(en);
b. een handpomp;
c. een anker en ankerlijn van voldoende lengte; d. een ehbo-koffer;
e. thermodekens (onderkoeling);
f. voldoende water (uitdroging);
g. een kompas;
h. een radarreflector (lees ook de test radarreflectors op www.federatiesloeproeien.nl);
3. Elektrische hulpmiddelen ten behoeve van plaats- en snelheidsbepaling, verlichting en telecommunicatie zijn toegestaan.
4. Een elektrische lenspomp is toegestaan; deze dient echter als aanvulling en niet als vervanging van het onder 5-1 onder b is vermeld.
5. Geadviseerd wordt kenmerken op de sloep aan te brengen waar de stroppen ten behoeve van het kranen dienen te worden geplaatst.
6. Naam van de sloep leesbaar aangebracht op de boeg aan beide zijden.
7. Sloep moet goed hijsbaar worden aangeboden voor het te water laten kunnen worden bij een wedstrijd. Dit wat betreft de gewichtsverdeling, zodat de sloep niet in de banden kan weg draaien.
Artikel 6: Niet in voorgaande artikelen genoemde gevallen
1. In die gevallen, waarin de voorgaande artikelen niet voorzien, beslist het bestuur.